Yoghurt en cardiometabole gezondheid: hoever staan we?

Samenvatting
Studies over het effect van yoghurt op onze gezondheid kwamen de laatste tien jaar wereldwijd in veelvoud op ons af. Vier Canadese onderzoekers van de Université Laval publiceerden onlangs een artikel met de resultaten van de meest recente en betrouwbare studies in de Cahiers de Nutrition et de Diététique.

Dagelijks yoghurt consumeren zou een gunstig effect hebben op de cardiometabole gezondheid.

Het stijgende aantal gevallen van obesitas, type 2-diabetes (DT2) en cardiometabole ziektes, die hieraan gelinkt zijn, veroorzaakt wereldwijd heel wat sterfgevallen. Bovendien wordt deze toename sterk in verband gebracht met ongezonde leefgewoontes. Voeding en fysieke activiteit zijn veranderbare factoren die de ziektecijfers (aantal ziektes) en de sterftecijfers merkbaar kunnen doen dalen.

Sommige eetgewoontes, zoals een mediterraan dieet of een zogenaamd ‘prudent’ dieet, hebben een positieve impact op de hartgezondheid en verlagen het risico op obesitas, DT2, hoge bloeddruk, cardiovasculaire aandoeningen of een metabool syndroom.

Volgens een artikel van cardioloog en epidemioloog dr. Dariush Mozaffarian (gepubliceerd in het tijdschrift Circulation in 2016) is de consumptie van bepaalde levensmiddelen zoals fruit, groente, vis, plantaardige oliën, noten, maar ook van yoghurt prioritair voor een betere cardiovasculaire gezondheid. Het voorbije decennium steeg het aantal onderzoeken naar de impact van yoghurt op onze gezondheid exponentieel. Het gaat voornamelijk om epidemiologische studies, en de meta-analyses van deze studies. Betrouwbaar onderzoek suggereert een gunstig verband tussen de consumptie van yoghurt en de preventie van DT2 en obesitas. Bij de meerderheid van de observationele studies ziet men eveneens een neutrale of positieve invloed op het aantal patiënten met een hoge bloeddruk, een cardiovasculaire aandoening of een metabool syndroom.

Type 2-diabetes: sterke bewijzen van preventie

Het verband tussen voeding en het risico op DT2 werd in meer dan twintig prospectieve cohortstudies geanalyseerd. De impact van yoghurt werd bestudeerd bij verschillende bevolkingsgroepen in de Verenigde Staten, Europa en Azië. Drie recente meta-analyses van prospectieve cohortstudies hadden identieke resultaten, wat tot de conclusie leidt dat er een omgekeerd verband bestaat tussen de consumptie van (eender welke) yoghurt en het risico op DT2.

Een meta-analyse, gebaseerd op zeven studies, toont een daling van 14% van het risico op DT2 bij mensen die veel yoghurt aten (200 g per dag), vergeleken met kleine verbruikers. Een tweede meta-analyse, gebaseerd op negen prospectieve cohortstudies, toont 17% minder risico op de ontwikkeling van DT2 per portie yoghurt van 240 g per dag. In de recentste meta-analyse zien we een daling van 14% van het relatieve risico op DT2 bij mensen die 80 g yoghurt per dag eten, vergeleken met mensen die geen yoghurt eten.

Een systematische review bevestigt het positieve effect van de consumptie van yoghurt op het DT2-risico, door overtuigende bewijzen van hoogstaande methodologische kwaliteit.

Deze resultaten suggereren een specifiek en gunstig effect van de gefermenteerde bestanddelen op een verlaging van het risico op DT2, in vergelijking met de algemene zuivelconsumptie, waarbij het effect veel minder opvallend is.

Obesitas: zeer waarschijnlijk preventief

Volgens de meta-analyse van 29 gerandomiseerde klinische studies gepubliceerd voor 2012, zou de consumptie van zuivelproducten een matig gewichtsverlies vergemakkelijken bij diëten met beperkte energie-inname of kortetermijninterventies (van minder dan 1 jaar). Observationele studies over het effect van yoghurt werden recent gevoerd in de Verenigde Staten en Spanje. Uit een prospectieve studie uitgevoerd bij 120.877 niet-obese, Amerikaanse volwassenen in goede gezondheid, die in drie cohorten gedurende 12 tot 20 jaar gevolgd werden, blijkt dat de consumptie van yoghurt, fruit, groente en volkoren granen in de loop der jaren een minder grote gewichtstoename tot gevolg heeft.

Het grootste gewichtsverlies werd vastgesteld bij de consumptie van yoghurt (0,32 kg minder op 4 jaar tijd). Een andere Amerikaanse studie, met 3440 deelnemers die 13 jaar lang gevolgd werden, toont een verband tussen de consumptie van yoghurt (minstens 3 porties per week) en een kleinere toename van het gewicht en de tailleomtrek in de loop der jaren.

Twee prospectieve studies uitgevoerd in Spanje vinden een omgekeerd verband tussen de consumptie van volle yoghurt en abdominale obesitas bij een groep bejaarde personen met hoog cardiovasculair risico of de vermindering van het risico op obesitas bij gezonde volwassenen.

In al deze cohortstudies werd rekening gehouden met potentiële verstorende factoren zoals de totale energie-inname of de algemene kwaliteit van het dieet.

Uit een systematische review van 2015, dat 6 cohortstudies en 7 transversale studies bij volwassenen groepeert, blijkt dat de consumptie van yoghurt een effect zou kunnen hebben op een lagere BMI, een verminderde gewichtstoename of tailleomtrek en een kleiner vetpercentage.

Een recente meta-analyse van het effect van zuivelproducten op antropometrische parameters, concludeert dat de yoghurtconsumptie omgekeerd geassocieerd wordt met het risico op obesitas en een toename van het lichaamsgewicht of de tailleomtrek. Deze verbanden zijn niet waargenomen bij andere zuivelproducten. De vervanging van levensmiddelen met een lage nutritionele waarde maar een hoge energiewaarde door yoghurt kan bijdragen aan de beperking van de dagelijkse energie-inname en zo bijdragen aan een gewichtscontrole en het voorkomen van obesitas.

Mogelijk effect op hoge bloeddruk, cardiovasculaire aandoeningen: te bevestigen

Algemeen beschouwd zijn de gegevens uit meta-analyses van prospectieve cohortstudies waaruit het omgekeerde verband tussen zuivelconsumptie en hoge bloeddruk of hypertensie worden aangetoond, van hoge kwaliteit. Ook voor het metabool syndroom werd hetzelfde verband gevonden. Een meta-analyse uit 2016, gebaseerd op negen prospectieve cohortstudies, spreekt van een vermindering van 15% van het risico om een metabool syndroom te ontwikkelen bij de consumptie van minstens 2 porties zuivelproducten per dag, vergeleken met minder zuivelconsumptie.

Het verband tussen zuivelconsumptie en cardiovasculaire aandoeningen is in de meeste recente studies neutraal. Omdat er nog niet voldoende specifiek onderzoek naar gevoerd wordt, is het verband tussen de consumptie van yoghurt en hoge bloeddruk, metabool syndroom of cardiovasculaire aandoeningen nog niet helemaal duidelijk. Toch toont een systematische review van gerandomiseerde gecontroleerde studies aan dat de vetzuren afkomstig uit zuivel, zoals yoghurt, geen schadelijk effect hebben op de belangrijkste cardiovasculaire parameters.

Bovendien wordt de consumptie van yoghurt op basis van kwalitatieve wetenschappelijke gegevens aanbevolen in het kader van een gevarieerde en evenwichtige voeding om de bloeddruk te verlagen.

Werkingsmechanismen van yoghurt: enkele hypotheses

Uit de observationele gegevens leidt men af dat yoghurt een rol zou kunnen spelen in de preventie van cardiometabole aandoeningen, ook al zijn daarvoor geen bewijzen. Verschillende fysiologische werkingsmechanismen komen aan bod. Yoghurt is rijk aan calcium, en een tekort aan calcium kan een negatief effect hebben op gewichtscontrole, de ontwikkeling van DT2, een hoge bloeddruk en een metabool syndroom. Zuivelproducten bevatten vetzuren en specifieke proteïnen die gunstig kunnen zijn voor de preventie van DT2. Bij de vertering van die proteïnen komen bepaalde bioactieve peptiden vrij, waarvan men vermoedt dat ze inwerken op het energiemetabolisme en de verzadiging en mogelijke antihypertensieve eigenschappen hebben. Volgens een groep Europese experten is de zuivelmatrix minstens gedeeltelijk verantwoordelijk voor het verband met de cardiometabole gezondheid, zoals blijkt uit studies. Door meerdere zuivelproducten terzelfdertijd in te nemen is het effect meer uitgesproken dan als men dezelfde voedingsmiddelen apart zou innemen, en dit dankzij de synergetische interacties tussen de producten onderling. Dankzij de yoghurtbacteriën stijgt het aantal peptiden en vetzuren tijdens de fermentatie, waardoor calcium beter wordt getransporteerd en geabsorbeerd, en exopolysacchariden met functionele eigenschappen worden aangemaakt. Ten slotte kunnen bepaalde bacteriestammen uit de groep lactobacillen een gunstige invloed hebben op de darmflora, die toch een belangrijke rol spelen in de metabole gezondheid.

Conclusie

Een oorzakelijk verband tussen de consumptie van yoghurt en een verlaagd risico op cardiometabole aandoeningen moet verder bevestigd worden in gerandomiseerde en gecontroleerde interventiestudies. Met de huidige kennis van zaken spreken de meeste epidemiologische studies ter preventie van deze chronische aandoeningen in het voordeel van een regelmatige yoghurtconsumptie binnen een gevarieerde en evenwichtige voeding.