​Prijs 2017 van het Instituut Danone - Tussen intestinale microbiota en de kunst van samen eten

Samenvatting
​Het doel van het Instituut Danone is het bevorderen van de menselijke gezondheid, meer specifiek op het gebied van voeding. De middelen die worden ingezet om dit doel te bereiken, zijn talrijk: organisatie van symposia en e-learnings, bijdrage aan wetenschappelijke publicaties, ondersteuning van onderzoeksactiviteiten… En, zoals uit dit artikel blijkt, de uitreiking van prijzen.

Akkermansia muciniphila…

Onthoud de naam van deze bacterie goed: in de toekomst zou ze kunnen bijdragen aan de strijd tegen obesitas en het metabool syndroom. Met zijn onderzoek naar dit onderwerp werd Hubert Plovier (UCL) in elk geval één van de twee laureaten van de prijs 2017 van het Instituut Danone. Ook het onderzoek van Charlotte De Backer (Universiteit Antwerpen) naar de sociale en interpersoonlijke dimensie van voeding, een originele en te zelden aangehaalde onderzoeksas, werd bekroond.



EEN BACTERIE TEGEN HET METABOOL SYNDROOM

Obesitas wordt gekenmerkt door een verandering van de samenstelling en de activiteiten van de bacteriën in onze darmen (1). Onze darmen bevatten veel bacteriën. Het onderzoek van Hubert Plovier (Louvain Drug Research Institute, Université catholique de Louvain, in samenwerking met de Cliniques universitaires Saint-Luc) was meer specifiek gewijd aan Akkermansia muciniphila. Deze bacterie heeft de neiging om te verdwijnen in geval van obesitas. Bij gezonde personen kan ze echter tot 5% van de volledige microbiota uitmaken. We wisten al dat de toediening van A. muciniphila bij muizen de ontwikkeling van obesitas en de daarmee geassocieerde complicaties voorkomt. Dankzij het onderzoekswerk van Hubert Plovier konden de eerste stappen worden gezet om het gebruik ervan bij mensen te overwegen (2). Zijn onderzoek maakte de ontwikkeling van een geschikt synthetisch kweekmilieu mogelijk. Het kweekmilieu dat werd gebruikt voor toediening bij muizen was namelijk niet geschikt voor mensen. De onderzoekers stelden ook vast dat de pasteurisatie van A. muciniphila de stabiliteit ervan verhoogde, de bewaring ervan vergemakkelijkte en zelfs het preventieve effect ervan op de ontwikkeling van vetmassa, insulineresistentie en dyslipidemie bij muizen versterkte. Het onderzoeksteam van de UCL legde bovendien de moleculaire mechanismen bloot die verantwoordelijk zijn voor de interactie tussen de bacterie en haar gastheer (2). Hij stelde vast dat de toll-like 2-receptoren (TLR2) van de immuniteit een proteïne herkennen, meer in het bijzonder het proteïne Amuc_1100 aan de oppervlakte van de bacterie. Het proteïne alleen zou verder heilzame effecten hebben die vergelijkbaar zijn met die van de bacterie. De eerste gegevens bij mensen wijzen uit dat A. muciniphila goed wordt verdragen. Verdere resultaten worden verwacht in 2018.

VOEDING ALS COMMUNICATIEMIDDEL

Charlotte De Backer (Faculteit sociale en communicatiewetenschappen, Universiteit van Antwerpen) deed onderzoek naar de interpersoonlijke en sociale dimensie van voeding. Haar onderzoek toonde aan dat samen eten heilzaam is voor onze fysieke gezondheid en ons psychologisch welzijn.

Door samen te eten, leren we te delen en de andere te respecteren.

‘Our’ food versus ‘my’ food

Samen eten zet ons ertoe aan om minder gulzig te zijn, om niet meteen de grootste portie voor onszelf te nemen. Het leert ons eerst de andere tafelgenoten te bedienen voordat we ons eigen bord vullen… Zo is vastgesteld dat personen die in hun kindertijd vaak samen aten, zich prosociaal en altruïstisch gedragen als ze volwassen worden (3). Eten in gezelschap heeft zowel op individueel als sociaal vlak voordelen (4). Wie aan eten een sociale dimensie verleent, voelt zich gelukkiger en meer tevreden over zijn leven. Ze stellen ook gemakkelijker vertrouwen in anderen, zijn geëngageerder in hun lokale gemeenschap en hebben meer vrienden op wie ze kunnen rekenen.

Goede tradities

De familiale erfenis speelt een rol in het beeld dat we ontwikkelen van ‘de tafel’. Herinneringen aan maaltijden die we hebben gedeeld met onze ouders of zelfs grootouders, beïnvloeden de kook- en eetgewoonten en de sfeer tijdens maaltijden bij studenten (5). De overdracht van gewoonten lijkt specifiek voor de verschillende maaltijden in de loop van de dag: de herinnering aan het ontbijt tijdens de kindertijd beïnvloedt de manier waarop het ontbijt later in het leven verloopt. Hetzelfde geldt voor de avondmaaltijden. Er zijn veel redenen om de maaltijden in gezinsverband van vroeger in ere te herstellen: gelukkigere kinderen, een lagere kans op infantiele obesitas en de preventie van verslaving aan bepaalde substanties.