Melkproducten en verlaagd risico op hart- en vaatziekten

Samenvatting
Een grootschalige wereldwijde studie heeft aangetoond dat consumptie van melkproducten geassocieerd is met een verlaagd risico op levensbedreigende hartaandoeningen en beroertes.

 De resultaten zijn gebaseerd op de totale consumptie van melkproducten (volle en magere producten) en gaan in tegen voedingsrichtlijnen die aanraden om de consumptie van volle melkproducten te beperken tot een minimum. Er wordt immers algemeen verondersteld dat de verzadigde vetten in melkproducten de ‘slechte’ cholesterol (LDL-cholesterol) in het bloed verhogen, wat geassocieerd is met hartziekten en beroertes. De auteurs van dit artikel vinden dan ook dat bepaalde voedingsadviezen mogelijk aangepast moeten worden naar aanleiding van de bevindingen van deze studie op vijf continenten.

 

PURE: een wereldwijde studie

De auteurs analyseerden de gegevens van ruim 136.000 personen tussen 35 en 70 jaar uit 21 landen die deelnamen aan de PURE-studie (Prospective Urban Rural Epidemiology). Ze onderzochten de effecten van de consumptie van melkproducten en van specifieke soorten zuivel (melk, yoghurt en kaas) op het sterftecijfer, hartaandoeningen (hartaanval of hartfalen) en beroertes. Tot nu toe werden de meeste studies over de consumptie van melkproducten en hartaandoeningen uitgevoerd in Noord-Amerika en Europa, waar de gemiddelde zuivelconsumptie hoog is. PURE onderzocht voornamelijk landen in andere werelddelen met een lagere consumptie van melkproducten (bv. China, Indië en Afrika).

Bij het begin van het onderzoek verstrekten de deelnemers informatie over hun gebruikelijke voedingspatroon, waarna hun gezondheid ongeveer 9 jaar lang opgevolgd werd.

 

Consumptie van melkproducten en verminderd risico op hart- en vaatziekten

Wie dagelijks minstens drie porties melkproducten at, liep tijdens de studie 16% minder risico op overlijden, hartaandoeningen of beroerte dan wie zelden of nooit melkproducten at. De auteurs stelden de volgende risicoreducties vast:

  • 17% minder risico op overlijden door eender welke oorzaak
  • 14% minder risico op overlijden dat niet veroorzaakt wordt door hartaandoening of beroerte
  • 23% minder risico op overlijden door hartaandoening of beroerte
  • 22% minder risico op hartaandoening of beroerte, inclusief gevallen met fatale afloop
  • 34% minder risico op beroerte

Het risico op een hartaanval daalde met 11%, maar dit was volgens de auteurs statistisch gezien niet significant.

‘ (…) hogere consumptie van melkproducten was geassocieerd met een verminderd risico op overlijden en hart- en vaatziekten, met name beroertes.’ – Dehghan et al, 2018.

 

Hoeveel melkproducten zijn er nodig om het risico te verlagen?

De auteurs stelden minder overlijdens, hartaandoeningen en beroertes vast bij personen die dagelijks minstens twee glazen melk, twee potjes yoghurt of twee plakjes kaas aten dan bij personen die deze voedingsmiddelen zelden of nooit aten. Voor melk en yoghurt bleken de resultaten statistisch significant, maar voor kaas niet.

In deze studie konden de auteurs geen verschillen ontdekken tussen de effecten van magere en volle zuivelproducten, omdat magere melkproducten buiten Europa en Noord-Amerika niet overal verkrijgbaar zijn. Er waren dan ook weinig participanten die alleen magere melkproducten aten.

 

Gevolgen voor gezondheid wellicht afhankelijk van volledig voedingsmiddel en niet alleen van vetgehalte

Voedingsrichtlijnen die vetvrije of vetarme melkproducten aanbevelen, leggen wellicht te veel nadruk op de effecten van één van de voedingsstoffen die in melkproducten te vinden zijn, namelijk verzadigd vet. De auteurs benadrukken dat zuivel een groot aantal producten omvat met veel verschillende voedingsstoffen, waaronder gefermenteerde en gekweekte producten. Zulke kenmerken kunnen een invloed hebben op de gezondheidseffecten van melkproducten.

 

‘Uit onze bevindingen blijkt dat de consumptie van melkproducten gunstig kan zijn voor de mortaliteit en hart- en vaatziekten [hartaandoeningen en beroertes], met name in landen met lage en gemiddelde inkomens waar de consumptie van melkproducten aanzienlijk lager ligt dan in Noord-Amerika en Europa.’ – Dehghan et al, 2018